rvj

Raad voor Journalistiek
mijn klacht over de berichtgeving van het Brabants Dagblad

Raad voor de Journalistiek Thu, Jul 10, 2008 at 1:32 PM
To: Ronald van Uden
Geachte heer Van Uden,
Vanwege omstandigheden was ik helaas niet eerder in de gelegenheid om telefonische
contact met u op te nemen, waarvoor mijn excuses. Zojuist heb ik geprobeerd u
telefonisch te bereiken, maar zonder succes. Daarom bericht ik u hierbij het volgende.
Uw klacht betreft de publicatie in het Brabants Dagblad van donderdag 29 mei jl. met
de kop “Heusden start onteigening in Oudheusden”.
U vindt dat bericht voorbarig, omdat nog geen goedkeuring is gegeven voor het
bestemmingsplan ‘Castellum’.
In dat verband wijs ik u erop, dat de volgens punten 1.3. en 1.4. van de Leidraad van
de Raad voor de Journalistiek (gepubliceerd op onze website http://www.rvdj.nl) een
journalist vrij is in zijn selectie van nieuws en geen toe- of instemming behoeft te
hebben van degene over wie hij publiceert. Het is ook aan de redactie om te bepalen
vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het
bericht wordt gebracht. Daarbij komt dat uw naam niet in het bericht is vermeld.
Kennelijk heeft het Brabants Dagblad u bovendien in de gelegenheid gesteld uw visie
op de zaak te geven en die te publiceren, maar heeft u dat geweigerd.
Graag zou ik even persoonlijk contact met u hebben om een en ander met u te
bespreken.
Met vriendelijke groet,
mevrouw mr. D.C. Koene
secretaris Raad voor de Journalistiek

 
———————-De groepsweblog De Nieuwe Reporter is een onafhankelijk platform voor het debat over de toekomst van de Nederlandse journalistiek.

Concept-code van Genootschap van Hoofdredacteuren

Het Genootschap van Hoofdredacteuren heeft de eerste stappen gezet op weg naar een modernere ethische code. Hieronder volgt de voorlopige tekst. Lees ook: ‘Genootschap op weg naar nieuwe code‘.

PREAMBULE

Deze Code voor de Journalistiek is bedoeld voor journalisten en niet-journalisten. De code heeft evenzeer een interne als een externe functie. Voor journalisten een houvast, of tenminste een uitgangspunt bij discussies; voor niet-journalisten, het publiek dus, een begin van verantwoording: hier willen journalisten op worden aangesproken.

De code bouwt voort op ethische beginselen zoals die door beroepsjournalisten zijn ontwikkeld, zowel nationaal (de code van het Genootschap van Hoofdredacteuren uit 1995, de leidraad van de Raad voor de Journalistiek van 2007) als internationaal (de “Code van Bordeaux” uit 1954, geamendeerd in 1986), maar is aangevuld met uitgangspunten en idealen zoals die zijn aangedragen van buiten de beroepsgroep – door datzelfde, steeds mondiger publiek.

De code beperkt zich – bij wijze van bovengrens – tot de Nederlandse journalistiek, omdat de nationale wetgever grenzen stelt waaraan de code zich niet kan of wil onttrekken. Ook beperkt de code zich tot niet meer dan ethische uitgangspunten, een ondergrens zo men wil, in het besef dat de meeste media eigen – lang niet altijd ongeschreven –, meer praktische gedragsregels hanteren, vaak in samenspraak met de uitgever.

Onder enkele artikelen wordt met [] verwezen naar de Toelichting.

ALGEMEEN

1. De journalist komt het recht op vrije nieuwsgaring toe. Hij brengt het nieuws waarheidsgetrouw, onafhankelijk, fair en met open vizier.
[WIE IS JOURNALIST] [WAT IS NIEUWS] [BURGERS EN JOURNALISTIEK]

2. De journalist brengt in de berichtgeving een duidelijk onderscheid aan tussen feiten, beweringen en meningen.
[WAT IS EEN DUIDELIJK ONDERSCHEID]

WAARHEIDSGETROUW

3. De journalist beschouwt een deugdelijke publieke nieuwsvoorziening als maatschappelijk belang van de eerste orde. Bij het doorgeven van nieuws handelt hij waarheidsgetrouw. Hij neemt de werkelijkheid zoals hij die aantreft en waarneemt als uitgangspunt.

4. De journalist gaat zorgvuldig en integer te werk en geeft daarvan ook blijk in zijn berichtgeving door verantwoording af te leggen over zijn journalistieke methoden.
[WAAROM VERANTWOORDING]

5. In zijn berichtgeving baseert de journalist zich alleen op zijn eigen waarneming of op bronnen die hem bekend zijn of die hij betrouwbaar acht.
[OVER DATABASES, PEILINGEN, STATISTIEKEN EN METABRONNEN]

6. De journalist vermijdt eenzijdige, tendentieuze berichtgeving.

7. De journalist controleert de feiten in zijn berichtgeving en maakt die feiten waar mogelijk controleerbaar.
[CONTROLEERBAARHEID]

8. Bij het bewerken van nieuws, in tekst, geluid, beeld of combinaties daarvan (infografieken, animaties) maakt de journalist duidelijk waaruit zijn bewerking bestond.
[DIGITALISERING]

9. De journalist die in zijn berichtgeving fictieve elementen verwerkt, door namen van betrokkenen te wijzigen of feiten te dramatiseren, legt daarvan telkens rekenschap af.
[DOCUDRAMA EN REAL-LIFE SOAP]

10. In columns, recensies, opiniërende berichten en vergelijkbare genres komt de journalist een grotere vrijheid toe dan in andere berichtgeving, waar het gaat om het controleren van feiten, het achterwege laten van wederhoor, en het door elkaar gebruiken van feiten en fictie.

11. De journalist die verwijst naar informatie van derden, door een ander medium als bron te noemen of door het aanbrengen van een hyperlink, doet dat openlijk en royaal, maar is daarmee niet per se verantwoordelijk voor de inhoud van de onderliggende informatie.
[HYPERLINKS]

ONAFHANKELIJK

12. De journalist verricht zijn werk in onafhankelijkheid en vermijdt (de schijn van) belangenverstrengeling.

13. De journalist zal, indien hij gebonden is aan enige politieke partij, belangenvereniging of bedrijf anders dan de uitgever van zijn eigen medium, daarvan in zijn berichtgeving telkens rekenschap geven indien dat voor de beoordeling van het bericht relevant is.
[BINDINGEN]

14. De journalist maakt geen misbruik van zijn positie.
[POSITIE ALS JOURNALIST]

15. De journalist neemt geen materiële of immateriële vergoedingen aan die bedoeld zijn berichtgeving te beïnvloeden, te bevorderen of tegen te gaan.

FAIR

16. Bij het verzamelen, selecteren en bewerken van nieuws gaat de journalist fair te werk.

17. De journalist beschermt bronnen aan wie hij vertrouwelijkheid heeft toegezegd.
[VERSCHONINGSRECHT]

18. Het zoeken naar hoor en wederhoor is een journalistiek basisprincipe. In het bijzonder bij het publiceren van beschuldigingen of verdachtmakingen aan het adres van een persoon of organisatie, past de journalist wederhoor toe. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid, liefst in dezelfde publicatie en zonder onredelijke tijdsdruk, te reageren op de aantijging.

19. De journalist zal de privacy van personen niet verder aantasten dan in het kader van een open berichtgeving noodzakelijk is.

20. De journalist ontziet de privacy van slachtoffers, nabestaanden, patiënten, verdachten, veroordeelden en eventueel anderen door de algemene herkenbaarheid van betrokkenen in de berichtgeving te vermijden in al die gevallen waarin deze personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden en voor zover het vermijden van herkenbaarheid niet in strijd is met het belang van een adequate berichtgeving.
[ANONIMISERING]

21. De journalist publiceert geen tekst of foto’s en zendt geen audio-opnames of beelden uit die zijn gemaakt van personen in privé-situaties zonder toestemming van de betrokkene, tenzij met de publicatie een groot maatschappelijk belang is gediend.

22. De journalist gebruikt geen persoonlijke documenten zonder toestemming van de betrokkenen.
[PRIVACY EN PRIVE WEBSITES]

23. De journalist van wie blijkt dat hij een onjuist bericht heeft gepubliceerd, zal een schadelijke onnauwkeurigheid, gevraagd of ongevraagd, op zo kort mogelijke termijn op royale wijze corrigeren.
[CORRECTIES, RECTIFICATIES EN AANVULLINGEN]

OPEN VIZIER

24. De journalist verzamelt, selecteert en publiceert het nieuws zonder zich te verschuilen achter een andere dan zijn eigen identiteit.

25. De journalist maakt zichzelf en zijn methoden bij het verzamelen van informatie in beginsel als zodanig bekend.
[VERBORGEN CAMERA’S EN UNDERCOVER JOURNALISTIEK]

26. De journalist lokt geen incidenten uit met de bedoeling nieuws te creëren of er een misstand mee te illustreren.

27. De journalist neemt niet anoniem of onder pseudoniem deel aan discussies, op internet of in andere media indien er raakvlakken tussen zijn gewone berichtgeving en zijn bijdragen aan die discussies.
[ANONIEME BIJDRAGEN VAN JOURNALISTEN]

28. De journalist steelt geen informatie en betaalt niet voor gestolen informatie.

29. De journalist maakt geen gebruik van onrechtmatig door derden verkregen informatie, tenzij met publicatie daarvan een groot maatschappelijk belang is gediend.

30. De journalist die zich baseert op anonieme bronnen moet aannemelijk maken dat zijn bronnen betrouwbaar zijn, de informatie niet op andere wijze kon worden verkregen en hij die zo goed mogelijk elders heeft geverifieerd.

TOELICHTING

1. Wie is journalist?
Een journalist is ieder die zich journalist noemt en impliciet of expliciet de ethische normen aanvaardt zoals die in deze code zijn verwoord, via de huisregels van zijn medium of onder verwijzing naar deze code. Of hij van de journalistiek zijn hoofdberoep heeft gemaakt of er anderszins een inkomen mee verkrijgt, is geen criterium, noch de al dan niet genoten vakopleiding of professionele training.

2. Wat is nieuws?
Nieuws is wat men nog niet wist voordat het nieuws er was. Het is het verslag van wat er gebeurde, of de aankondiging van wat staat te gebeuren. Wat nieuws is, wordt bepaald door actualiteit (hoe recenter het gebeurde, hoe nieuwswaardiger), nabijheid (hoe dichtbij speelt een gebeurtenis zich af, in geografisch of mentaal opzicht), controverse (mensen zijn geïnteresseerd in conflicten), bekendheid (publieke personen of bekende organisaties spelen vaker een rol in het nieuws dan anonymi), uitzonderlijkheid (wat vreemd, eigenaardig, ongebruikelijk is, de “man-bijt-hond”-factor), en impact (de mogelijke gevolgen van het nieuws bepalen mede de nieuwswaarde ervan). Onder nieuws wordt meer verstaan dan feitelijke verslagen. Een journalist brengt ook achtergronden, analyses en meningen bij het primaire nieuws.

3. Wat is “een duidelijk onderscheid”?
In de journalistiek wordt het onderscheid tussen feiten, beweringen en meningen meestal aangebracht door genre-aanduidingen (bijvoorbeeld: “commentaar”, “opinie”, “column”); waar die aanduidingen ontbreken, verwacht de lezer feitelijk nieuws. Bij nieuwe media wordt het onderscheid tussen genres minder vaak zo expliciet gemaakt. De lezer kan slechts vermoeden dat een weblog de persoonlijke meningen van een auteur bevat, omdat de meeste weblogs meer op columns lijken dan op feitelijke nieuwsberichten.

Dit wil niet zeggen dat de journalistiek de genrevervaging op internet kritiekloos moet accepteren. Nieuwsberichten op een nieuwssite kunnen zich niet de vrije toon veroorloven van een blog. Niettemin moeten journalisten leren leven met het feit dat weblogs journalistiek van aard kunnen zijn indien ze trouw blijven aan hun eigen, nieuw uitgevonden genre, zoals ook een goede column niet a-journalistiek hoeft te zijn.

4. Waarom verantwoording?
Nu hij niet langer als professional de enige brenger van nieuws is, kan de journalist niet meer volstaan met zich te beroepen op een traditie van zorgvuldigheid, betrouwbaarheid en integriteit zoals die “kleeft” aan zijn medium of aan “de professie”. Lezers volgen hem kritisch, raadplegen bronnen uit de eerste hand, en corrigeren hem. Daarmee nopen ze hem tot een meer uitgebreide vorm van accountability. Anders gezegd: doordat het publiek meer dan ooit meepraat en assertief is, zal een journalist, wil hij nog gehoord worden, meer dan voorheen verantwoording moeten afleggen over zijn werkwijze. Hij zal transparanter moeten zijn jegens een publiek dat, helaas, in zijn eigen niet-journalistieke publicaties niet altijd dezelfde transparantie betracht dan het van de journalist verwacht.

5. Over databases, statistieken, peilingen en metabronnen
Traditioneel verstaat de journalist onder bronnen zegslieden of publicaties van organisaties. Daarnaast is, versterkt met de opkomst van internet, een heel scala aan computergestuurde bronnen ontstaan. Klassieke enquêtes hebben zich ontwikkeld tot internetpeilingen waarvan de representativiteit niet altijd evident is. Van nog recentere datum is de databasegestuurde nieuwsselectie: een computer bepaalt wat nieuws is, en daarmee impliciet wat de waarde van dat nieuws is (hoe hoger een nieuwsfeit bij Google News, hoe belangrijker dat nieuws kennelijk is; hoe langer een lemma bij Wikipedia, hoe betrouwbaar dat lemma kennelijk is).

De opkomst van al deze nieuwe bronnen verandert niets aan de ethische regel dat een journalist dient te beoordelen hoe betrouwbaar een bron is. Voor de dagelijkse praktijk heeft het wel consequenties: journalisten moeten zich ervan bewust zijn dat de wijze waarop dergelijke computergestuurde selectie plaatsvindt, vaak niet bij het publiek bekend is, en soms niet kan zijn omdat de technische methode geheim is (denk aan het PageRank-algoritme dat bepaalt hoe de zoekmachine van Google met meta-informatie, informatie over informatie, omgaat). Dit stelt hogere eisen aan de manier waarop journalisten hun bronnen beschrijven.

6. Controleerbaarheid
Van oudsher is het controleren van feiten – “Is dit waar?” – een taak van de journalist. Hij is ervoor opgeleid; gezond wantrouwen en kritisch vermogen behoren tot zijn belangrijkste skills. Nu niet langer alleen professionele journalisten toegang hebben tot bronnen (een aantal overigens zeer belangrijke uitzonderingen buiten beschouwing gelaten), moeten journalisten het controleren van feiten delen met niet-journalisten. Wie zich dat aantrekt, maakt meer werk van bronvermelding. Ook dat is een vorm van transparantie en accountability.

7. Digitalisering
Naar mate journalisten meer en meer gebruik maken van digitale technieken, wordt het voor consumenten van nieuws lastiger te doorgronden waaruit de bewerking bestond. Tekst kan worden gekopieerd (waardoor soms sprake kan zijn van plagiaat), foto’s en videomateriaal worden bewerkt (waarbij de waarheid soms geweld wordt aangedaan). Lezers, luisteraars en kijkers moeten kunnen weten waaruit de bewerking bestond, te meer omdat een kleine maar groeiende groep nieuwsconsumenten juist heel wel in staat is de digitale bewerking te doorgronden, ofwel omdat ze over dezelfde techniek beschikken, ofwel omdat ze toegang hebben tot het onbewerkte bronmateriaal.

8. Docudrama en real-life soap
De gedramatiseerde documentaire en de soap met “echte spelers” (Big Brother is het bekendste voorbeeld) zijn genres die soms een journalistiek karakter hebben. Dergelijke moderne journalistieke producties kunnen heel waardevol zijn, omdat ze het nieuws en vooral achtergronden bij dat nieuws heel doeltreffend kunnen overbrengen. Feit en fictie lopen weliswaar door elkaar, maar in de regel begrijpt de consument wel waarmee hij te maken heeft. Omdat de grenzen in de niet-journalistieke media door de opkomst van digitale technieken en internet als platform vervagen, moeten journalisten meer dan voorheen het gebruik van fictieve elementen expliciet maken.

9. Hyperlinks
Zonder hyperlinks zou internet niet bestaan, maar voor journalisten brengen links twee soorten problemen met zich mee: de wijze waarop wordt gelinkt kan discutabel zijn, en de content waarnaar wordt gelinkt kan dat zijn.

De wijze waarop links worden aangebracht, kan schadelijk zijn voor de journalistieke integriteit. Links kunnen zodanig de oorspronkelijke bron maskeren, dat de indruk wordt gewekt dat de “onderliggende informatie” niet van een ander medium afkomstig is (framed links of inline links). Daardoor ontstaat iets wat sterk op plagiaat lijkt, of op parasitair gedrag.

Ook de content waarnaar wordt gelinkt, kan problematisch zijn. Over de verantwoordelijkheid voor de “onderliggende informatie” van hyperlinks is de jurisprudentie nog in ontwikkeling. Tot nu toe zijn hyperlinks slechts in zeer uitzonderlijke situaties op deze grond onrechtmatig bevonden. Dat laat onverlet dat een journalist ook een morele afweging kan maken bij het plaatsen van een link naar bijvoorbeeld kinderporno, illegaal gekopieerde muziek of een terroristisch handboek. Hij kan dan citeren zonder te verwijzen – zonder het adres van een website te geven – maar moet zich ervan bewust zijn dat wat hij verhult met een simpele zoekopdracht gevonden kan worden. Tenslotte kan hij ervoor kiezen bij een link een expliciete waarschuwing te plaatsen, zoals in de Verenigde Staten wel gebruikelijk is.

10. Bindingen
Ook traditionele nieuwsmedia brengen, nu de primaire nieuwsfeiten meestal al via internet zijn verspreid, steeds vaker achtergronden bij, commentaar op en analyses van het nieuws. Omdat moderne nieuwsconsumenten, gewend als ze raken aan het opiniërende karakter van weblogs en internetfora, ook van traditionele media verwachten dat ze het nieuws meer dan voorheen duiden, wordt het belangrijker dat journalisten openheid betrachten over hun bindingen, ook als die een privékarakter hebben. Hiermee erkent de code dat journalisten – hier nadrukkelijk ook bedoeld als niet-professionele journalisten – nog andere belangen kunnen dienen dan die van de journalistiek, hun medium en de waarheid zelf. Journalisten moeten een maatschappelijke rol kunnen vervullen buiten hun medium, maar dienen in hun berichtgeving onafhankelijk te zijn, of ten minste melding te maken van hun bindingen indien die relevant zijn. Het ligt voor de hand dat deze ethische norm juist ook van betekenis is voor journalisten van nieuwe media als weblogs.

11. Positie als journalist?
De leidraad van de Raad voor de Journalistiek spreekt sec van “misbruik maken van zijn positie”, terwijl de code van het Genootschap van Hoofdredacteuren het met zoveel woorden heeft over “misbruik maken van zijn positie als journalist”. Het onderscheid is betekenisvol. Omdat we in het verleden alleen over professionele journalisten spraken, lag het voor de hand dat zij geen ander misbruik konden maken dan dat van hun positie als journalist. Naar mate meer niet-professionele journalisten zich met journalistiek bezighouden, ligt het voor de hand de regel uit te breiden (door de beperkende toevoeging weg te laten). Het gaat er uiteraard om dat niet-professionele journalisten geen misbruik mogen maken van informatie die ze dankzij een andere positie (een functie bij een bedrijf of instelling, bijvoorbeeld) hebben verkregen, tenzij met het naar buiten brengen van die informatie een groot maatschappelijk belang wordt gediend.

12. Verschoningsrecht
De Nederlandse wet kent geen verschoningsrecht voor journalisten. Toch kan een journalist die als getuige wordt opgeroepen in een rechtszaak zich met succes beroepen op zijn recht op bronbescherming als hij weigert de identiteit van een bron te openbaren omdat hij die informant vertrouwelijkheid heeft toegezegd. Dat is het gevolg van een uitspraak van het Europese Hof in de “Goodwin-zaak”, in 1996. Redenerend vanuit het recht op vrije nieuwsgaring oordeelde het Hof dat een journalist zijn bronnen niet hoeft prijs te geven, tenzij er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden waarin zwaarwegende algemene of individuele belangen in het geding zijn. De rechter bepaalt telkens in elke afzonderlijke zaak of dat al dan niet het geval is. De spanning tussen het journalistieke belang van onbelemmerde nieuwsgaring en het justitiële belang van de waarheidsvinding in het opsporingsonderzoek is ook aan de orde wanneer de journalist gedwongen wordt beeld- en geluidsmateriaal af te staan aan justitie. Hier is de norm in de jurisprudentie nog niet zo duidelijk als in gevallen van bronbescherming.

13. Anonimisering
“Onevenredig nadeel van herkenbaarheid” ontstaat alleen als herkenbaarheid door een publicatie groter wordt dan ze al was. De Raad voor de Journalistiek houdt daar ook rekening mee in zijn leidraad. Doordat via internet veel informatie wordt verspreid door niet-journalisten die zich niet gebonden achten aan terughoudendheid, ontstaat de facto vaak een situatie waarin anonimisering geen doel meer dient; de betrokkene heeft inmiddels de algemene bekendheid die volgens de Raad een grond kan zijn om de naam van een verdachte of veroordeelde toch te noemen (iets anders zou in de woordkeus van de Raad “belachelijk” zijn). Zo zijn de achternamen van Volkert van der G. en Mohammed B. dankzij internet inmiddels algemeen bekend. Let wel: hiermee is niet gezegd dat alle verdachten voortaan altijd met naam en toenaam moeten worden genoemd, louter omdat er een kans bestaat dat hun anonimiteit ergens op internet wordt doorbroken. Het gaat erom dat het net ons in specifieke situaties voor voldongen feiten kan plaatsen. Een kans is niet hetzelfde als een feit.

14. Privacy en privé-websites
Met de opkomst van internet en de veel grotere mogelijkheden om informatie te publiceren, heeft privacy een andere betekenis gekregen. Op tal van websites publiceren mensen gegevens en beeldmateriaal dat voorheen strikt privé was. Tussen het particuliere en het openbare domein is een collectief domein komen te liggen. Journalisten moeten zich ervan bewust zijn dat informatie die bijvoorbeeld aan een openbaar toegankelijke vriendensite of weblog wordt toevertrouwd niet altijd ook bedoeld is voor publicatie in een massamedium. In dit geval kan sprake zijn van een “privé-situatie”, zoals hierboven bedoeld.

15. Correcties, rectificaties en aanvullingen
Hergebruik van journalistieke publicaties via internet stelt de media voor nieuwe problemen. In het verleden werd een omissie gecorrigeerd met een rectificatie, en recenter steeds royaler in rubrieken met “correcties en aanvullingen”. Daarmee was de kous, althans voor de geschreven media, af. Nu publicaties dankzij nieuwe media lang na hun eerste verschijning beschikbaar blijven – via een digitaal archief of Uitzending Gemist of een zoekmachine als Google die ook artikelen bewaart die het medium al had gewist – wordt dat corrigeren ingewikkelder. Aan het ethische uitgangspunt verandert het niets.

16. Verborgen camera’s en undercover journalistiek
In principe zegt een journalist dat hij journalist is en maakt hij bekend welke methodes hij gebruikt. Een verborgen camera of geluidsrecorder, webcam of datarecorder – waarmee iemands gangen op internet kunnen worden nagegaan – zijn slechts in bijzondere omstandigheden toegestaan, zoals ook het opnemen van een telefoongesprek in beginsel aan de betrokkene bekend moet worden gemaakt. Undercover journalistiek, zegt de Raad voor de Journalistiek, is alleen toegestaan indien daar een groot maatschappelijk belang mee is gediend. De journalist moet duidelijk maken welk belang zijn methoden rechtvaardigde en aannemelijk maken dat er geen andere mogelijkheid was de informatie te verkrijgen.

17. Anonieme bijdragen van journalisten
Journalisten vinden het doorgaans not done om zich in het eigen of een concurrerend medium anoniem of onder valse naam over het nieuws uit te laten, met andere woorden: te doen alsof een willekeurige lezer aan het woord is. Door de opkomst van internet is “meepraten over het nieuws” veel algemener geworden dan voorheen, terwijl anoniem reageren de breed geaccepteerde norm is. Desondanks moeten journalisten vermijden dat de indruk kan ontstaan dat ze naar willekeur anders dan met open vizier te werk gaan. Alleen indien het onderwerp van discussie ver genoeg afstaat van zijn journalistieke werk, en de schijn van valse voorwendselen afwezig is, kan hij aan zo’n discussie deelnemen, desgewenst anoniem.

18. Burgers en journalistiek
Deze code hanteert een zeer ruime definitie van wie zich “journalist” mag noemen. Dat heeft een keerzijde. Wie zich geen journalist noemt, moet ook niet worden lastig gevallen met een journalistieke ethiek. Zoals een reclamemaker niet wordt aangesproken op het waarheidsgehalte van een advertorial, zo zou een “reaguurder” – nieuwpraat voor iemand die op internet reageert op een bericht – ook niet moeten worden aangesproken op het waarheidsgehalte van zijn “comment”. Beiden publiceren hun opinies misschien in een journalistiek medium, maar zij noch dat medium hoeven daarom te worden gehouden aan een journalistieke ethiek. (De vraag of een uitgever juridisch verantwoordelijk is voor de inhoud van reacties op zijn website, blijft hier onbeantwoord; de jurisprudentie hierover is nog in ontwikkeling).

Voor “burgerjournalistiek” geldt hetzelfde. Niet alles wat men burgerjournalistiek noemt, heeft journalistieke pretenties. Waar dat niet het geval is, hoeft de “burgerjournalist” noch het medium waarin hij berichten publiceert te worden gehouden aan deze code (waarna het uiteraard valt aan te bevelen niet langer van burgerjournalistiek te spreken, maar van zoiets als user generated content).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: