evrm

Bij arrest nr. 16/03 van 7 februari 2003 heeft het Grondwettelijk Hof van het Groothertogdom Luxemburg geoordeeld dat een provisionele of voorlopige vergoeding voor de onteigende strijdig is met artikel 16 van de Luxemburgse Grondwet, dat identiek dezelfde tekst bevat als het artikel 16 van de Belgische Grondwet:

GRONDWETTELIJK HOF VAN HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG

Arrest nr. 16/03 van 7 februari 2003

Registernummer 00016.

Openbare terechtzitting van vrijdag, zeven februari tweeduizend en drie.

Samenstelling:

De Heer Marc THILL, voorzitter,

De Heer Marc SCHLUNGS, raadsheer,

Mevrouw Andrée WANTZ, raadsheer,

Mevrouw Léa MOUSEL, raadsheer,

Mevrouw Marion LANNERS, raadsheer,

Mevrouw Lily WAMPACH, griffier.

Tussen

het SYNDICAT DE LA DISTRIBUTION D’EAU DES ARDENNES, afgekort DEA, gevestigd te L-8701 USELDANGE, 18, rue de Schandel, vertegenwoordigd door haar thans in functie zijnde voorzitter van haar bestuurscomité,

verschijnende bij Meester Jean-Luc GONNER, advocaat bij het Hof, verblijvende te   Diekirch,

en

ZENNERS Jean-Pierre, rentenier, verblijvende te L-7224 WALFERDANGE, 80, rue de l’Eglise,

Verschijnende bij Meester Gaston VOGEL, advocaat bij het Hof, verblijvende te  Luxemburg,

HET GRONDWETTELIJK HOF :

Gezien het vonnis op 17 september 2002 gewezen door de arrondissementsrechtbank van en te Diekirch en overgezonden aan de griffie van het Grondwettelijk Hof op 2 oktober  2002.

Gehoord raadsheer Andrée WANTZ  in haar verslag en op de conclusies van Jean-Pierre Zenners, neergelegd op 8 oktober 2002, en van het Syndicat de la Distribution d’Eau des Ardennes, neergelegd op 24 oktober 2002 alsook van het Openbaar Ministerie, neergelegd op 30 oktober 2002.

Overwegende dat de arrondissementsrechtbank van en te Diekirch, gevat door het  Syndicat de la Distribution d’Eau des Ardennes, afgekort D.E.A., van een eis tot onteigening ten algemenen nutte tegen Jean-Pierre ZENNERS om te verklaren dat de formaliteiten voorgeschreven door de wet van 15 maart 1979 op de onteigening ten algemenen nutte vervuld zijn, om de schadeloosstelling te zien vaststellen en de inbezitneming te horen bevelen, het Grondwettelijk Hof gevraagd heeft te antwoorden op de volgende prejudiciële vraag :

«Zijn artikel 28 van de wet van 15 maart 1979 op de onteigening ten algemenen nutte, door te bepalen dat de rechtbank bij wijze van ruwe schatting het bedrag vaststelt van de provicionele vergoeding die de onteigenaar zal moeten betalen aan de onteigende, en artikel 32, door te bepalen dat de onteigenaar zich, na deze provisionele vergoeding geconsigneerd te hebben in de Consignariekas, in het bezit kan doen stellen van het onteigende goed door een beschikking van de voorzitter van de rechtbank, in overeenstemming met artikel 16 van de Grondwet, dat bepaalt dat niemand van zijn eigendom kan worden ontzet dan ten algemenen nutte, in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald en tegen billijke en voorafgaande schadeloosstelling.»

Overwegende dat artikel 16 van de Grondwet bepaalt, enerzijds, het beginsel dat de eigenaar niet van zijn rechten die hij op zijn eigendom heeft kan beroofd worden, en bepaalt, anderzijds, dat op dat beginsel maar één uitzondering bestaat, te weten  het afnemen van de eigendom ten algemenen nutte dat nochtans onderworpen is aan de voorwaarden en de procedures door een wet bepaald en aan de betaling van een billijke en voorafgaande schadeloosstelling.   

Dat het eigendomsrecht een fundamenteel recht is en dat iedere afwijking die er afbreuk aan doet strikt moet uitgelegd worden ;

Overwegende dat artikel 28 van de wet van 15 maart 1979 op de onteigening ten algemenen nutte bepaalt dat bepaalt dat «wanneer de rechtbank recht doet op het verzoek tot onteigening, zij in hetzelfde vonnis, bij wijze van ruwe schatting, de provisionele vergoedingen vaststelt die de onteigenaar zal moeten betalen … » en dat artikel 32 van dezelfde wet bepaalt dat «na aan alle verwerende en tussenkomende partijen  bij gerechtsdeurwaardersexploot een voor eensluidend verklaard afschrift te hebben laten betekenen van 1) het vonnis dat de provisionele vergoeding vaststelt 2) het arrest van de storting van de provisionele vergoeding in de consignatiekas, … kan de onteigenaar zich in het bezit doen stellen van het onteigende goed bij een bevelschrift van de voorzitter van de rechtbank.»

Overwegende dat de door artikel 16 van de Grondwet bedoelde schadeloosstelling billijk moet zijn, hetgeen betekent dat zij volledig moet zijn om de eigenaar die definitief van zijn eigedom onzet is te vergoeden ;

Dat zij voorafgaandelijk moet zijn, dat wil zeggen dat haar betaling moet voorafgaan aan de inbezitstelling ;

Overwegende dat de inbezitstelling op de enkele grond van de consignatie van een provisionele vergoeding die bij ruwe schatting wordt bepaald niet in overeenstemming is met artikel 16 van de Grondwet dat een billijke en voorafgaande schadeloosstelling voorschrijft.

Om deze redenen :

z e g t dat de artikelen 28 en 32 van de wet van 15 maart 1979 op de onteigening ten algemenen nutte, in zoverre ze bepalen dat de inbezitneming door de onteigenaar kan gebeuren mits de consignatie van een provisionele vergoeding die bij ruwe schatting wordt bepaald, niet bestaanbaar zijn met artikel 16 van de Grondwet ;

beveelt dat het arrest binnen de dertig dagen nadat het werd uitgesproken bekendgemaakt zal worden in het Mémorial, Recueil de législation ;

beveelt dat de expeditie van onderhavig arrest door de griffie van het Grondwettelijk Hof zal verzonden worden naar de arrondissementsrechtbank van en te Diekirch die het Hof heeft gevat en dat een voor eensluidend verklaard afschrift zal verzonden worden aan de partijen die betrokken waren in het geding voor dat rechtscollege.

Uitgesproken in openbare zitting door Ons, Marc THILL, voorzitter van het Grondwettelijk Hof, op datum als hoger vermeld.

De voorzitter,                                   De griffier,

    signé:  Marc THILL                   signe: Lily WAMPACH

Voor eensluidend afschrift

Luxemburg, 7 februari 2003

De griffier van het Grondwettelijk Hof,

Lily WAMPACH

http://www.legilux.public.lu/leg/a/archives/2003/0312802/0312802.pdf 

Zie de Luxemburgse wet van 1979 op de onteigeningen:

http://www.legilux.public.lu/leg/a/archives/1979/0025/a025.pdf#page=4

Zie de beslissing van 25 juli 1989 van de Franse Conseil constitutionnel in een heel andere zin:

http://www.conseil-constitutionnel.fr/conseil-constitutionnel/francais/les-decisions/depuis-1958/decisions-par-date/1989/89-256-dc/decision-n-89-256-dc-du-25-juillet-1989.8644.html

Cour européenne des Droits de l’Homme 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: